Cultuurwinkel Breda logo Project aanmelden
nieuws
06 06 2017
Post-its, dikke stiften en vellen papier. Professionaliseren van cultuureducatie. Hoe doe je dat?
Sinds september 2016 is de stichting Nutsbasisscholen in Breda aan de slag met het professionaliseren van de cultuureducatie op de vijf scholen. Hiervoor deed de stichting een aanvraag bij het Fonds voor Cultuurparticipatie en vroeg Nieuwe Veste als samenwerkingspartner in het proces. Na het formuleren van een visie op cultuuronderwijs op bestuursniveau en het informeren en enthousiasmeren van alle medewerkers tijdens een studiedag ligt de focus nu op de vijf afzonderlijke scholen.

Door: Simone Dresens, projectmedewerker Cultuurwinkel Breda


Op dit moment zijn vooral de icc-ers hard aan het werk. Met elkaar in een speciale werkgroep en op de eigen school. Ze willen het enthousiasme van hun team dat tijdens de studiedag is aangewakkerd warm houden. Het team betrekken bij het vormen van een ambitie op schoolniveau en dat vertalen naar een plan van aanpak. Vervolgens geven zij input voor beleid en ook voor een activiteitenplan. Hoe doe je dat? Opeens verantwoordelijk zijn voor visies, plannen van aanpak, beleid, financiering terwijl je praktisch aan het werk wilt en vooral activiteiten in wilt plannen voor de leerlingen? Daar gaat het toch om: de leerlingen. Was er maar één antwoord op die vraag. Dan hadden de icc-ers van de vijf Nutsscholen het een stuk makkelijker.

De realiteit is dat er geen kant-en-klare antwoorden, geen methodes of uitgewerkte kaders zijn en dat we gaandeweg per school moeten uitvinden wat het beste werkt. Er is steun vanuit de Nieuwe Veste in de vorm van een procesbegeleider en de cultuurcoaches. Maar dit proces is toch ook vooral een intern proces van de school. Een buitenstaander, met welke hoeveelheid expertise dan ook, kan niet bepalen wat de school kan, moet en wil doen. Daarvoor moet je de school kennen: weten wie de leerlingen zijn, hoe het team denkt en functioneert, wat er allemaal al gedaan wordt, wie waar goed in is en blij van wordt. De procesbegeleider luistert vooral en stelt vragen en neemt post-its, dikke stiften en grote witte vellen mee. 

Het professionaliseren gaat over het afzetten van ambities tegen praktische haalbaarheid. Het gaat over het combineren van intrinsieke motivatie met opgelegde wetten. En het gaat over vernieuwen zonder extra werkdruk. Het gaat over het proces aangaan in plaats van kant en klare oplossingen aangereikt krijgen. Het gaat over het ‘regelen in de kantlijn’ zoals Frans-Joseph de Graaf, initiator van het traject binnen de Nutsscholen, zegt. We zitten midden in het proces.  

Op alle scholen vond na de studiedag als eerste een zogenaamde visiesessie plaats met (een deel van) het team en de procesbegeleider met post-its, dikke stiften en witte vellen papier. Hierin werd opgehaald hoe het team cultuureducatie op de school ziet. Wat is volgens hen de meerwaarde en wat is er voor nodig? Wat wil je dat de leerlingen kunnen en kennen na 8 jaar basisschool en wat en hoe kun je daar als leerkracht aan bijdragen? De input van het team is samengevat in een visie van twee, drie regels. Die gaandeweg nog wel een keer of wat bijgesteld zal worden.  Op alle scholen wordt onder leiding van de icc-er geïnventariseerd wat de school eigenlijk allemaal al doet op het gebied van cultuureducatie. Iedere school kiest een eigen aanpak voor deze zogenaamde nulmeting. Hoe dan ook is dat helemaal nog niet zo’n makkelijke klus. Want wat valt wel en niet onder een culturele les en hoe bewust zet een leerkracht bepaalde vermogens in? Maar met een beetje doorbijten geeft het mooie inzichten. 

De icc-ers komen regelmatig bij elkaar om ervaringen met elkaar uit te wisselen. Maar ook om met elkaar na te denken over hoe in gezamenlijkheid de leerkrachten en het bestuur betrokken te houden en mee te nemen. Er wordt gewerkt aan het opzetten van een bovenschoolse Cultuuracademie waarin de leerkrachten inspiratie en scholing krijgen, waarin ze leren van cultuurprofessionals maar vooral ook van elkaar. De icc-ers eisen tijd op tijdens studiedagen en teambijeenkomsten om hun team te betrekken bij alle ontwikkelingen en hun input te vragen. En vooral ook om het enthousiasme dat bij alle teams is blootgelegd te behouden want dat is cruciaal: draagvlak. 

Op 1 augustus 2018 moet de verantwoording bij het fonds binnen zijn. Nog een klein jaar te gaan. Is dan alles in kannen en kruiken? Nee. De uitdaging blijft om de motivatie op alle niveaus te behouden en door te blijven ontwikkelen. Want professionaliseren houdt nooit op. Maar wat hebben we dan bereikt? Het zal niet op iedere school het zelfde zijn, maar het volgende is in gang gezet: 

  • De vijf NUTS-scholen hebben ieder een eigen ambitie en weten elkaar te vinden in gemeenschappelijke doelen. Bijvoorbeeld als het gaat om het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn erfgoed.  
  • De icc-ers gaan bewuster om met het inplannen van activiteiten en hebben (nog) meer bagage om cultuureducatie op de school te organiseren en te evalueren.  
  • De icc-ers weten collega’s te betrekken bij het (door) ontwikkelen van leerlijnen en het bewaken van de kwaliteit. 
  • Er is levendige uitwisseling van kennis en ervaring op het niveau van de icc-ers maar ook op bestuursniveau.  
  • De leerkrachten hebben een start gemaakt om kennis en vaardigheden rondom kunstdisciplines, erfgoed en culturen te vergroten, op basis van eigen interesses maar passend bij de ambitie van de school en de stichting. 
  • De vijf scholen werken op basis van dialoog met lokale aanbieders samen omdat ze weten wat ze willen en wat het beste bij hun ambitie voor de leerlingen past. 
  • De ambitie ten aanzien van Cultuureducatie is niet alleen vertaald in activiteiten maar wordt ook geborgd in het schoolplan. Uren en budgetten zijn gelabeld door de directies. 

En wat, wat mij betreft, de grootste winst zou zijn is als icc-ers, bestuur en teams leren vaker het proces aan te gaan met elkaar, maar vooral ook met de leerlingen. Want daar gaat het om: de leerlingen.



 

© Cultuurwinkel Breda