Cultuurwinkel Breda logo Project aanmelden
Leerdoelen Dans
Centraal in het basismodel van de Culturele Lade staan de Culturele vermogens. Deze vermogens zijn per discipline gespecificeerd naar dubbel leerjaar van het primair onderwijs.

Toelichting vakspecifieke begrippen
Bij danseducatie is het lichaam het instrument. Hieronder vallen de vaardigheden exploreren en trainen van coördinatie, spierbeheersing, bewegingen en voortbewegingen, zoals buigen, strekken, draaien, laten vallen, huppelen, rollen, kruipen, zwaaien, schudden, balanceren, steunen, lopen en springen.

  • Tijd: tempo - snel/langzaam; ritme - regelmatig/ onregelmatig; frasering - elke beweging heeft een begin, verloop en einde.
  • Kracht: spanning/ontspanning; zwaar of licht bewegen; dynamiek - sterke of zwakke beweging.
  • Ruimte: richtingen, lagen en vormen op de plek of juist door het lokaal.

Deze elementen spelen bij iedere beweging een rol. Ze worden danselementen genoemd, omdat het gevarieerde samenspel van deze elementen bij een beweging het danskarakter bepalen. Een specifieke combinatie geeft de beweging karakter en inhoud; elke bewegingskwaliteit heeft een bepaalde zeggingskracht.

Bewegingskwaliteiten zijn bijvoorbeeld vloeiend, trillend, schuddend, stotend, fladderend als een vogel, zwevend als een zeepbel, vloeiend als water of soepel als een kat. Leerlingen leren de bewegingskwaliteiten van diverse dansstijlen herkennen en reconstrueren, om er vervolgens mee te experimenteren in eigen dans.

Op de website van Bureau Babel vind je een overzicht van deze vermogens uitgewerkt naar leerdoelen per dubbel leerjaar. Deze leerdoelen zijn gezamenlijk vastgesteld met vijf grote steden (B5) van Noord-Brabant.
Scroll naar onder (of Ctrl+F, zoek op Dans) om bij de leerdoelen van de leerlijn Dans uit te komen.
Overigens hanteren ze in Den Bosch de term bouwstenen in plaats van leerdoelen.



 

© Cultuurwinkel Breda